Betekenis van:
buck

to buck
Werkwoord
  • van een paard
  • jump vertically, with legs stiff and back arched
"the yung filly bucked"

Synoniemen

Hyperoniemen

to buck
Werkwoord
  • ontnemen
  • move quickly and violently

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to buck
Werkwoord
    • resist
    "buck the trend"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to buck
    Werkwoord
      • to strive with determination
      "John is bucking for a promotion"

      Hyperoniemen

      buck
      Zelfstandig naamwoord
      • muntstuk dat twee en een halve gulden waard is
      • a piece of paper money worth one dollar

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      buck
      Zelfstandig naamwoord
      • schraag om hout op te zagen
      • a framework for holding wood that is being sawed

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      buck
      Zelfstandig naamwoord
      • draagbalk; voorwerp om iets vast te zetten
      • a framework for holding wood that is being sawed

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      buck
      Zelfstandig naamwoord
      • houtbok, zaagbok
      • a framework for holding wood that is being sawed

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      buck
      Zelfstandig naamwoord
      • dollarbiljet
      • a piece of paper money worth one dollar

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      buck
      Zelfstandig naamwoord
        • United States author whose novels drew on her experiences as a missionary in China (1892-1973)

        Synoniemen

        buck
        Zelfstandig naamwoord
          • a gymnastic horse without pommels and with one end elongated; used lengthwise for vaulting

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          buck
          Zelfstandig naamwoord
            • mature male of various mammals (especially deer or antelope)

            Hyperoniemen

            Hyponiemen