Betekenis van:
clasp

clasp
Zelfstandig naamwoord
  • knellende greep
  • the act of grasping
"he released his clasp on my arm"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

clasp
Zelfstandig naamwoord
  • sluitbeugeltje
  • a fastener (as a buckle or hook) that is used to hold two things together

Hyperoniemen

clasp
Zelfstandig naamwoord
  • knipbeugel
  • a fastener (as a buckle or hook) that is used to hold two things together

Hyperoniemen

to clasp
Werkwoord
  • omknellen; iets strak omgeven; omvangen; bevatten; omsnoeren
  • hold firmly and tightly

Hyperoniemen

Hyponiemen

to clasp
Werkwoord
  • vastmaken
  • fasten with a buckle or buckles

Synoniemen

Hyperoniemen

to clasp
Werkwoord
  • ergens in of tussen door sterke druk vastzetten, knellen, knijpen
  • fasten with a buckle or buckles

Synoniemen

Hyperoniemen

to clasp
Werkwoord
    • grasp firmly
    "The child clasped my hands"

    Hyperoniemen

    to clasp
    Werkwoord
      • fasten with or as if with a brooch

      Synoniemen

      Hyperoniemen