Betekenis van:
cycle

cycle
Zelfstandig naamwoord
  • reeks voorstellingen
  • a series of poems or songs on the same theme
"Schubert's song cycles"

Hyperoniemen

cycle
Zelfstandig naamwoord
  • het telkens opnieuw doorlopen van een reeks van stadia
  • a single complete execution of a periodically repeated phenomenon
"a year constitutes a cycle of the seasons"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

cycle
Zelfstandig naamwoord
  • verzameling kunstwerken
  • a series of poems or songs on the same theme
"Schubert's song cycles"

Hyperoniemen

cycle
Zelfstandig naamwoord
  • vervoermiddel met twee in elkaars verlengde geplaatste wielen, dat men voortbeweegt door op de pedalen te trappen
  • a wheeled vehicle that has two wheels and is moved by foot pedals

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

cycle
Zelfstandig naamwoord
  • voertuig met twee wielen
  • vervoermiddel met twee in elkaars verlengde geplaatste wielen, dat men voortbeweegt door op de pedalen te trappen
  • a wheeled vehicle that has two wheels and is moved by foot pedals

Synoniemen

Hyperoniemen

cycle
Zelfstandig naamwoord
    • a periodically repeated sequence of events
    "a cycle of reprisal and retaliation"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    cycle
    Zelfstandig naamwoord
      • an interval during which a recurring sequence of events occurs
      "the never-ending cycle of the seasons"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      cycle
      Zelfstandig naamwoord
      • periode
      • a single complete execution of a periodically repeated phenomenon
      "a year constitutes a cycle of the seasons"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      cycle
      Zelfstandig naamwoord
        • the unit of frequency; one hertz has a periodic interval of one second

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to cycle
        Werkwoord
        • op een brommer rijden
        • ride a motorcycle

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to cycle
        Werkwoord
        • op de fiets rijden; peddelen; mbt. een vaartuig; fietsen
        • ride a bicycle

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to cycle
        Werkwoord
          • pass through a cycle
          "This machine automatically cycles"

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to cycle
          Werkwoord
            • cause to go through a recurring sequence
            "cycle the laundry in this washing program"

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to cycle
            Werkwoord
            • hardrijden op de racefiets

            Hyperoniemen

            to cycle
            Werkwoord
              • recur in repeating sequences

              Hyperoniemen