Betekenis van:
repeat

repeat
Zelfstandig naamwoord
  • het nogmaals plaatsvinden
  • an event that repeats
"the events today were a repeat of yesterday's"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

repeat
Zelfstandig naamwoord
  • herhaling van een gedeelte in een muziekstuk
  • an event that repeats
"the events today were a repeat of yesterday's"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to repeat
Werkwoord
  • herhalen; herhalen wat een ander gezegd heeft; nazeggen
  • to say, state, or perform again

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to repeat
Werkwoord
    • do over

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to repeat
    Werkwoord
    • herhalen
    • happen or occur again

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to repeat
    Werkwoord
    • wederkeren, wederkomen, weerkomen, weerkeren, terugkeren
    • happen or occur again

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to repeat
    Werkwoord
    • itereren, overdoen, herhalen
    • make or do or perform again

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to repeat
    Werkwoord
    • nazingen
    • to say again or imitate

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to repeat
    Werkwoord
      • repeat an earlier theme of a composition

      Synoniemen

      Hyperoniemen