Betekenis van:
deep

deep
Bijvoeglijk naamwoord
  • ver naar beneden; diepe plaats in water
  • having great spatial extension or penetration downward or inward from an outer surface or backward or laterally or outward from a center; sometimes used in combination
"a deep well"
"a deep dive"
deep
Bijvoeglijk naamwoord
  • diep in je hart
  • very distant in time or space
"deep in the past"
"deep in enemy territory"

Hyperoniemen

deep
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van kleuren) diep, intens
  • strong; intense
"deep purple"

Synoniemen

deep
Bijvoeglijk naamwoord
  • ver naar achteren
  • extending relatively far inward
"a deep border"
deep
Bijvoeglijk naamwoord
  • v.e. specialist
  • difficult to penetrate; incomprehensible to one of ordinary understanding or knowledge
"a deep metaphysical theory"

Synoniemen

Hyperoniemen

deep
Bijvoeglijk naamwoord
  • van (stem)geluid; laag en diep; niet helder van klank
  • having or denoting a low vocal or instrumental range
"a deep voice"

Synoniemen

deep
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet doordringbaar
  • of an obscure nature
"a deep dark secret"

Synoniemen

Hyperoniemen

deep
Bijvoeglijk naamwoord
    • (of darkness) very intense
    "a face in deep shadow"
    "deep night"

    Synoniemen

    deep
    Bijvoeglijk naamwoord
      • relatively deep or strong; affecting one deeply
      "a deep breath"
      "a deep sigh"
      deep
      Bijvoeglijk naamwoord
        • with head or back bent low
        "a deep bow"
        deep
        Bijvoeglijk naamwoord
          • exhibiting great cunning usually with secrecy
          "deep political machinations"
          "a deep plot"
          deep
          Bijvoeglijk naamwoord
            • relatively thick from top to bottom
            "deep carpets"
            "deep snow"
            deep
            Bijvoeglijk naamwoord
              • extreme
              "in deep trouble"
              "deep happiness"
              deep
              Bijvoeglijk naamwoord
                • marked by depth of thinking
                "deep thoughts"
                "a deep allegory"
                deep
                Bijvoeglijk naamwoord
                  • large in quantity or size
                  "deep cuts in the budget"
                  deep
                  Bijvoeglijk naamwoord
                  • diepzinnig
                  • difficult to penetrate; incomprehensible to one of ordinary understanding or knowledge
                  "a deep metaphysical theory"

                  Synoniemen

                  Hyperoniemen

                  deep
                  Zelfstandig naamwoord
                  • bodeminzinking onder de zee
                  • literary term for an ocean
                  "denizens of the deep"

                  Hyperoniemen

                  deep
                  Zelfstandig naamwoord
                    • the central and most intense or profound part
                    "in the deep of night"
                    "in the deep of winter"

                    Hyperoniemen

                    deep
                    Zelfstandig naamwoord
                      • a long steep-sided depression in the ocean floor

                      Synoniemen

                      Hyperoniemen

                      deep
                      Bijwoord
                        • to an advanced time
                        "deep into the night"

                        Synoniemen

                        deep
                        Bijwoord
                          • to a great distance
                          "penetrated deep into enemy territory"
                          "went deep into the woods"
                          deep
                          Bijwoord
                            • to a great depth; far down
                            "dived deeply"
                            "dug deep"

                            Synoniemen