Betekenis van:
fuse

fuse
Zelfstandig naamwoord
  • hulpmiddel om te leren lezen
  • any igniter that is used to initiate the burning of a propellant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fuse
Zelfstandig naamwoord
  • ontstekingsdraad v.e. bom
  • any igniter that is used to initiate the burning of a propellant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fuse
Zelfstandig naamwoord
  • beveiliging tegen kortsluiting; beveiliging voor te grote spanning
  • an electrical device that can interrupt the flow of electrical current when it is overloaded

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fuse
Zelfstandig naamwoord
  • ontstekingsbuis
  • any igniter that is used to initiate the burning of a propellant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fuse
Zelfstandig naamwoord
  • lont
  • any igniter that is used to initiate the burning of a propellant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fuse
Werkwoord
  • samensmelten
  • mix together different elements

Hyperoniemen

to fuse
Werkwoord
  • gemengd raken
  • mix together different elements

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fuse
Werkwoord
    • make liquid or plastic by heating
    "The storm fused the electric mains"

    Hyperoniemen

    to fuse
    Werkwoord
      • become plastic or fluid or liquefied from heat
      "The substances fused at a very high temperature"

      Hyperoniemen

      to fuse
      Werkwoord
      • afzonderlijke delen welke door te smelten tot een geheel worden.

      Synoniemen

      to fuse
      Werkwoord
        • equip with a fuse; provide with a fuse

        Hyperoniemen

        to fuse
        Werkwoord
        • doen samenklonteren, tot een geheel verenigen, agglomereren
        • form into one cluster

        Synoniemen

        Hyperoniemen