Betekenis van:
gag

gag
Zelfstandig naamwoord
restraint put into a person's mouth to prevent speaking or shouting

Synoniemen

Hyperoniemen

gag
Zelfstandig naamwoord
a humorous anecdote or remark intended to provoke laughter

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

gag
Zelfstandig naamwoord
grappen of plagerijen; pret
a humorous anecdote or remark intended to provoke laughter

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to gag
Werkwoord
make jokes or quips

Synoniemen

Hyperoniemen

to gag
Werkwoord
tie a gag around someone's mouth in order to silence them

Synoniemen

Hyperoniemen

to gag
Werkwoord
op het punt staan te braken
make an unsuccessful effort to vomit; strain to vomit

Synoniemen

Hyperoniemen

to gag
Werkwoord
monddood maken
prevent from speaking out

Synoniemen

Hyperoniemen

to gag
Werkwoord
een muilkorf aandoen
prevent from speaking out

Synoniemen

Hyperoniemen

to gag
Werkwoord
be too tight; rub or press

Synoniemen

Hyperoniemen

to gag
Werkwoord
cause to retch or choke

Synoniemen

Hyperoniemen

to gag
Werkwoord
struggle for breath; have insufficient oxygen intake

Synoniemen

Hyperoniemen