Betekenis van:
jam

to jam
Werkwoord
  • in zijn beweging gestuit worden
  • get stuck and immobilized
"the mechanism jammed"

Hyperoniemen

to jam
Werkwoord
  • in een dichte drom omgeven
  • press tightly together or cram

Synoniemen

Hyperoniemen

to jam
Werkwoord
  • in drommen bewegen
  • press tightly together or cram

Synoniemen

Hyperoniemen

to jam
Werkwoord
  • het verstopt zijn
  • block passage through

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to jam
Werkwoord
  • afsluiten; versperren
  • block passage through

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to jam
Werkwoord
  • dichtstoppen; afgesloten voor doorgang
  • block passage through

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to jam
Werkwoord
  • blokkeren
  • get stuck and immobilized
"the mechanism jammed"

Hyperoniemen

to jam
Werkwoord
    • push down forcibly
    "The driver jammed the brake pedal to the floor"

    Hyperoniemen

    to jam
    Werkwoord
    • proppen
    • crowd or pack to capacity
    "the theater was jampacked"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to jam
    Werkwoord
      • crush or bruise
      "jam a toe"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to jam
      Werkwoord
        • interfere with or prevent the reception of signals

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        jam
        Zelfstandig naamwoord
        • soort zoet broodbeleg
        • preserve of crushed fruit

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        jam
        Zelfstandig naamwoord
        • gaatje
        • informal terms for a difficult situation

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        jam
        Zelfstandig naamwoord
          • deliberate radiation or reflection of electromagnetic energy for the purpose of disrupting enemy use of electronic devices or systems

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          jam
          Zelfstandig naamwoord
            • a dense crowd of people

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen