Betekenis van:
living

Bijvoeglijk naamwoord

living
(used of minerals or stone) in its natural state and place; not mined or quarried
living
still in active use
living
wonende
(informal) absolute
living
(informal) absolute
living
true to life; lifelike
living
pertaining to living persons
living
(informal) absolute
living
(van personen) te oud voor wat men wil voorstellen
still in existence

Synoniemen

Hyperoniemen

living
in leven
(informal) absolute

Zelfstandig naamwoord

living
people who are still living

Hyperoniemen

living
the condition of living or the state of being alive

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

living
iemands bestaan van zijn geboorte tot zijn dood
the experience of being alive; the course of human events and activities

Synoniemen

Hyperoniemen

living
werk om de kost te verdienen
the financial means whereby one lives

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord