Betekenis van:
mad

mad
Bijvoeglijk naamwoord
  • zodanig gestoord in zijn geestelijke vermogens, dat men niet in staat is zichzelf te leiden of de rechten van anderen te eerbiedigen
  • affected with madness or insanity
"a man who had gone mad"

Synoniemen

Hyperoniemen

mad
Bijvoeglijk naamwoord
  • kinds
  • affected with madness or insanity
"a man who had gone mad"

Synoniemen

Hyperoniemen

mad
Bijvoeglijk naamwoord
  • stapelgek
  • roused to anger
"she gets mad when you wake her up so early"
"mad at his friend"

Synoniemen

Hyperoniemen

mad
Bijvoeglijk naamwoord
    • marked by uncontrolled excitement or emotion
    "a mad whirl of pleasure"

    Synoniemen

    mad
    Bijvoeglijk naamwoord
      • very foolish
      "a completely mad scheme to build a bridge between two mountains"

      Synoniemen