Betekenis van:
crazy

crazy
Bijvoeglijk naamwoord
  • zot zijn
  • foolish; totally unsound
"a crazy scheme"

Synoniemen

Hyperoniemen

crazy
Bijvoeglijk naamwoord
  • krankzinnig; knettergek; stapelgek
  • foolish; totally unsound
"a crazy scheme"

Synoniemen

Hyperoniemen

crazy
Bijvoeglijk naamwoord
  • kinds
  • affected with madness or insanity

Synoniemen

Hyperoniemen

crazy
Bijvoeglijk naamwoord
  • zodanig gestoord in zijn geestelijke vermogens, dat men niet in staat is zichzelf te leiden of de rechten van anderen te eerbiedigen
  • affected with madness or insanity

Synoniemen

Hyperoniemen

crazy
Bijvoeglijk naamwoord
    • intensely enthusiastic about or preoccupied with
    "crazy about cars and racing"

    Synoniemen

    crazy
    Bijvoeglijk naamwoord
      • possessed by inordinate excitement
      "the crowd went crazy"
      "was crazy to try his new bicycle"
      crazy
      Bijvoeglijk naamwoord
        • bizarre or fantastic
        "had a crazy dream"
        "wore a crazy hat"
        crazy
        Zelfstandig naamwoord
          • someone deranged and possibly dangerous

          Synoniemen

          Hyperoniemen