Betekenis van:
prune

prune
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die ellende veroorzaakt; brokken makende piloot
  • dried plum

Hyperoniemen

prune
Zelfstandig naamwoord
  • pruimedant
  • dried plum

Hyperoniemen

to prune
Werkwoord
  • takken korter maken
  • cultivate, tend, and cut back the growth of

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to prune
Werkwoord
  • de top van iets afhalen; koppen
  • cultivate, tend, and cut back the growth of

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to prune
Werkwoord
  • bijsnoeien
  • cultivate, tend, and cut back the growth of

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to prune
Werkwoord
  • scheren
  • cultivate, tend, and cut back the growth of

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to prune
Werkwoord
    • weed out unwanted or unnecessary things

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to prune
    Werkwoord
    • afsnoeien
    • cultivate, tend, and cut back the growth of

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to prune
    Werkwoord
    • bijsnijden
    • cultivate, tend, and cut back the growth of

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to prune
    Werkwoord
    • kandelaberen, kandelaren
    • cultivate, tend, and cut back the growth of

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen