Betekenis van:
pinch

to pinch
Werkwoord
irritate as if by a nip, pinch, or tear

Synoniemen

Hyperoniemen

to pinch
Werkwoord
(bomen) van de top of van zijscheuten ontdoen
cut the top off

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pinch
Werkwoord
squeeze tightly between the fingers

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pinch
Werkwoord
make off with belongings of others

Synoniemen

Hyperoniemen

to pinch
Werkwoord
met sterke druk vasthouden, stevig drukken
squeeze tightly between the fingers

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pinch
Werkwoord
make ridges into by pinching together

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
daad v.h. knijpen
a squeeze with the fingers

Synoniemen

Hyperoniemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
a squeeze with the fingers

Synoniemen

Hyperoniemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
coupenaad in kleding; overgebleven indruk van knijpen
an injury resulting from getting some body part squeezed

Hyperoniemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
a painful or straitened circumstance

Hyperoniemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
a small sharp bite or snip

Synoniemen

Hyperoniemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
a sudden unforeseen crisis (usually involving danger) that requires immediate action

Synoniemen

Hyperoniemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
a slight but appreciable amount

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
kleine hoeveelheid v.e. substantie; hoopje slagroom puree e.d. als garnering
a slight but appreciable amount

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pinch
Zelfstandig naamwoord
in hechtenis nemen
the act of apprehending (especially apprehending a criminal)

Synoniemen

Hyperoniemen