Betekenis van:
sit

to sit
Werkwoord
  • op een baby passen
  • work or act as a baby-sitter
"I cannot baby-sit tonight; I have too much homework to do"

Synoniemen

Hyperoniemen

to sit
Werkwoord
  • moeizaam neerzakken; gaan zitten
  • take a seat

Synoniemen

Hyperoniemen

to sit
Werkwoord
  • zich ergens neervlijen
  • take a seat

Synoniemen

Hyperoniemen

to sit
Werkwoord
  • gaan zitten
  • take a seat

Synoniemen

Hyperoniemen

to sit
Werkwoord
  • op je zitvlak rusten
  • be seated

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to sit
Werkwoord
  • op een weg rijden
  • sit and travel on the back of animal, usually while controlling its motions

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to sit
Werkwoord
  • zich verplaatsen op een rijdier
  • sit and travel on the back of animal, usually while controlling its motions

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to sit
Werkwoord
    • be located or situated somewhere
    "The White House sits on Pennsylvania Avenue"

    Hyperoniemen

    to sit
    Werkwoord
      • be in session
      "When does the court of law sit?"

      Hyperoniemen

      to sit
      Werkwoord
        • be around, often idly or without specific purpose

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sit
        Werkwoord
          • serve in a specific professional capacity

          Hyperoniemen

          to sit
          Werkwoord
          • poseren
          • assume a posture as for artistic purposes

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to sit
          Werkwoord
          • aanschikken
          • show to a seat; assign a seat for

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to sit
          Werkwoord
          • aanschikken
          • show to a seat; assign a seat for

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen