Betekenis van:
sport

sport
Zelfstandig naamwoord
  • vrouw die sport
  • someone who engages in sports

Synoniemen

Hyperoniemen

sport
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die een sport beoefent
  • someone who engages in sports

Synoniemen

Hyperoniemen

sport
Zelfstandig naamwoord
  • sporter of sportploeg die zijn titel verdedigt
  • someone who engages in sports

Synoniemen

Hyperoniemen

sport
Zelfstandig naamwoord
    • a person known for the way she (or he) behaves when teased or defeated or subjected to trying circumstances
    "a good sport"
    "a poor sport"

    Hyperoniemen

    sport
    Zelfstandig naamwoord
    • closetrolhouder, playboy
    • verbal wit or mockery (often at another's expense but not to be taken seriously)
    "he said it in sport"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    sport
    Zelfstandig naamwoord
      • (Maine colloquial) a temporary summer resident of Maine

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sport
      Zelfstandig naamwoord
      • jachtliefhebber, nimrod
      • someone who engages in sports

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sport
      Zelfstandig naamwoord
      • mutatie, heterogenesis
      • (biology) an organism that has characteristics resulting from chromosomal alteration

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      sport
      Zelfstandig naamwoord
      • sport
      • an active diversion requiring physical exertion and competition

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to sport
      Werkwoord
      • van paarden
      • play boisterously

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sport
      Werkwoord
      • rondhuppelen
      • play boisterously

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sport
      Werkwoord
      • doorsnuffelen
      • play boisterously

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sport
      Werkwoord
      • snel voorbijgaan
      • play boisterously

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sport
      Werkwoord
        • wear or display in an ostentatious or proud manner
        "she was sporting a new hat"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sport
        Werkwoord
        • stoeien, dollen, raggen, ravotten, robbedoezen
        • play boisterously

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sport
        Werkwoord
        • rondspringen
        • play boisterously

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sport
        Werkwoord
        • ronddartelen
        • play boisterously

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sport
        Werkwoord
        • keten
        • play boisterously

        Synoniemen

        Hyperoniemen