Betekenis van:
sting

sting
Zelfstandig naamwoord
  • prik van een insekt
  • a painful wound caused by the thrust of an insect's stinger into skin

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

sting
Zelfstandig naamwoord
    • a kind of pain; something as sudden and painful as being stung
    "the sting of death"
    "he felt the stinging of nettles"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    sting
    Zelfstandig naamwoord
      • a mental pain or distress

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sting
      Zelfstandig naamwoord
      • vlooiebeet, vlooienbeet
      • a painful wound caused by the thrust of an insect's stinger into skin

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      sting
      Zelfstandig naamwoord
        • a swindle in which you cheat at gambling or persuade a person to buy worthless property

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to sting
        Werkwoord
        • pijnlijk aandoen
        • cause a sharp or stinging pain or discomfort

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to sting
        Werkwoord
        • in de war zitten
        • saddle with something disagreeable or disadvantageous

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sting
        Werkwoord
        • van insecten, planten etc
        • deliver a sting to

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sting
        Werkwoord
        • een stekend gevoel geven
        • cause a sharp or stinging pain or discomfort

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to sting
        Werkwoord
          • cause an emotional pain, as if by stinging

          Hyperoniemen

          to sting
          Werkwoord
          • doorbijten
          • deliver a sting to

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to sting
          Werkwoord
            • cause a stinging pain

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen