Betekenis van:
surpass

to surpass
Werkwoord
  • langs iem. of iets gaan, passeren
  • move past
"One line of soldiers surpassed the other"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to surpass
Werkwoord
  • voorbijgaan
  • move past
"One line of soldiers surpassed the other"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to surpass
Werkwoord
  • overtroeven, overklassen
  • be or do something to a greater degree
"her performance surpasses that of any other student I know"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to surpass
Werkwoord
  • overdrijven, overtrekken, voorbijtrekken
  • move past
"One line of soldiers surpassed the other"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to surpass
Werkwoord
  • onderscheiden
  • distinguish oneself

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to surpass
Werkwoord
    • be greater in scope or size than some standard

    Synoniemen

    Hyponiemen