Betekenis van:
tramp

tramp
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die trekt
  • a foot traveler; someone who goes on an extended walk (for pleasure)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tramp
Zelfstandig naamwoord
  • ordinaire vrouw; iemand waar anderen overheen lopen; hoerige vrouw; ordinaire vrouw; ordinaire vrouw; beledigende naam voor vrouw
  • a long walk usually for exercise or pleasure

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tramp
Zelfstandig naamwoord
  • tocht zonder bepaald doel
  • a long walk usually for exercise or pleasure

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tramp
Zelfstandig naamwoord
    • a heavy footfall
    "the tramp of military boots"

    Hyperoniemen

    tramp
    Zelfstandig naamwoord
      • a disreputable vagrant
      "a homeless tramp"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      tramp
      Zelfstandig naamwoord
        • a commercial steamer for hire; one having no regular schedule

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        tramp
        Zelfstandig naamwoord
          • a person who engages freely in promiscuous sex

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          tramp
          Zelfstandig naamwoord
          • tramp
          • a long walk usually for exercise or pleasure

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to tramp
          Werkwoord
          • uit de goede richting gaan
          • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to tramp
          Werkwoord
          • dolen; ronddolen
          • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to tramp
          Werkwoord
          • dwalen; ronddwalen; overal heen trekken; rondzwerven; ronddwalen; rondtrekken
          • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to tramp
          Werkwoord
          • toewaaien
          • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to tramp
          Werkwoord
          • de weg kwijtraken; de weg kwijt
          • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to tramp
          Werkwoord
            • cross on foot
            "We had to tramp the creeks"

            Hyperoniemen

            to tramp
            Werkwoord
              • travel on foot, especially on a walking expedition
              "We went tramping about the state of Colorado"

              Hyperoniemen

              to tramp
              Werkwoord
              • afsukkelen
              • walk heavily and firmly, as when weary, or through mud

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to tramp
              Werkwoord
              • landlopen
              • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to tramp
              Werkwoord
              • voortsjokken
              • walk heavily and firmly, as when weary, or through mud

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to tramp
              Werkwoord
              • doorslenteren
              • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to tramp
              Werkwoord
              • afsjouwen
              • walk heavily and firmly, as when weary, or through mud

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to tramp
              Werkwoord
              • opkruien
              • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to tramp
              Werkwoord
              • opkruien
              • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen