Betekenis van:
tramp

to tramp
Werkwoord
  • dwalen; ronddwalen; overal heen trekken; rondzwerven; ronddwalen; rondtrekken
  • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to tramp
Werkwoord
  • de weg kwijtraken; de weg kwijt
  • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to tramp
Werkwoord
  • toewaaien
  • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to tramp
Werkwoord
  • dolen; ronddolen
  • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to tramp
Werkwoord
  • uit de goede richting gaan
  • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to tramp
Werkwoord
    • cross on foot
    "We had to tramp the creeks"

    Hyperoniemen

    to tramp
    Werkwoord
      • travel on foot, especially on a walking expedition
      "We went tramping about the state of Colorado"

      Hyperoniemen

      to tramp
      Werkwoord
      • voortsjokken
      • walk heavily and firmly, as when weary, or through mud

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to tramp
      Werkwoord
      • doorslenteren
      • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to tramp
      Werkwoord
      • landlopen
      • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to tramp
      Werkwoord
      • afsukkelen
      • walk heavily and firmly, as when weary, or through mud

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to tramp
      Werkwoord
      • opkruien
      • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to tramp
      Werkwoord
      • opkruien
      • move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to tramp
      Werkwoord
      • afsjouwen
      • walk heavily and firmly, as when weary, or through mud

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      tramp
      Zelfstandig naamwoord
      • ordinaire vrouw; iemand waar anderen overheen lopen; hoerige vrouw; ordinaire vrouw; ordinaire vrouw; beledigende naam voor vrouw
      • a long walk usually for exercise or pleasure

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      tramp
      Zelfstandig naamwoord
      • iemand die trekt
      • a foot traveler; someone who goes on an extended walk (for pleasure)

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      tramp
      Zelfstandig naamwoord
      • tocht zonder bepaald doel
      • a long walk usually for exercise or pleasure

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      tramp
      Zelfstandig naamwoord
        • a heavy footfall
        "the tramp of military boots"

        Hyperoniemen

        tramp
        Zelfstandig naamwoord
          • a disreputable vagrant
          "a homeless tramp"

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          tramp
          Zelfstandig naamwoord
            • a commercial steamer for hire; one having no regular schedule

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            tramp
            Zelfstandig naamwoord
              • a person who engages freely in promiscuous sex

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              tramp
              Zelfstandig naamwoord
              • tramp
              • a long walk usually for exercise or pleasure

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen