Betekenis van:
transition

transition
Zelfstandig naamwoord
  • het overgaan
  • the act of passing from one state or place to the next

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

transition
Zelfstandig naamwoord
  • overgang van de ene toonsoort naar de andere
  • a musical passage moving from one key to another

Synoniemen

Hyperoniemen

transition
Zelfstandig naamwoord
  • het overgaan v.h. één naar het ander
  • an event that results in a transformation

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

transition
Zelfstandig naamwoord
  • het passeren van de meridiaan door een ster
  • the act of passing from one state or place to the next

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

transition
Zelfstandig naamwoord
  • proces v.h. doorvaren
  • the act of passing from one state or place to the next

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

transition
Zelfstandig naamwoord
    • a passage that connects a topic to one that follows

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    transition
    Zelfstandig naamwoord
      • a change from one place or state or subject or stage to another

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      transition
      Zelfstandig naamwoord
      • omschakeling
      • an event that results in a transformation

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      transition
      Zelfstandig naamwoord
      • transmutatie
      • an event that results in a transformation

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to transition
      Werkwoord
        • cause to convert or undergo a transition
        "the company had to transition the old practices to modern technology"

        Hyperoniemen

        to transition
        Werkwoord
          • make or undergo a transition (from one state or system to another)
          "The airline transitioned to more fuel-efficient jets"
          "The adagio transitioned into an allegro"

          Hyperoniemen