Betekenis van:
wool

wool
Zelfstandig naamwoord
  • effen viltachtige geweven wollen stof
  • a fabric made from the hair of sheep

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
  • wollen stof, wollen goed
  • a fabric made from the hair of sheep

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
  • wol die voor het eerst verwerkt wordt
  • a fabric made from the hair of sheep

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
  • soort garen
  • outer coat of especially sheep and yaks

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
  • langharige borstel
  • outer coat of especially sheep and yaks

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
  • de fijne haren van sommige dieren
  • outer coat of especially sheep and yaks

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
  • haren op bladeren of zaden
  • outer coat of especially sheep and yaks

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
  • schapewol, schapenwol, schapenvacht
  • a fabric made from the hair of sheep

Synoniemen

Hyperoniemen

wool
Zelfstandig naamwoord
    • fiber sheared from animals (such as sheep) and twisted into yarn for weaving

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    wool
    Zelfstandig naamwoord
    • pels, haarkleed
    • outer coat of especially sheep and yaks

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    wool
    Zelfstandig naamwoord
    • ragebol
    • outer coat of especially sheep and yaks

    Synoniemen

    Hyperoniemen