Betekenis van:
appel

appel (de ~ | meervoud appels, appelen)
Zelfstandig naamwoord
  • eetbare vrucht
"een appeltje voor de dorst"
"voor een appel en een ei"

Hyperoniemen

appel
Zelfstandig naamwoord
  • dringend verzoek om bijstand; verzoek om bijstand

Synoniemen

Hyperoniemen

appel
Zelfstandig naamwoord
  • ronde knop boven aan het gevest van een zwaard

Hyperoniemen

appel
Zelfstandig naamwoord
  • verzameling van alle aanwezige personen van een groep, om vast te kunnen stellen wie ontbreken

Hyperoniemen

appel
Zelfstandig naamwoord
  • het zich wenden tot een hogere rechtsinstantie om herziening van een vonnis, van een beschikking; wenden tot hogere rechtsinstantie

Synoniemen

Hyperoniemen

appel
Zelfstandig naamwoord
  • bolvormige versiering op de spits van een toren

Hyperoniemen

appel
Zelfstandig naamwoord
  • boom die appels groeit; boom waaraan appels groeien

Synoniemen

Hyperoniemen

appel
Zelfstandig naamwoord
  • het gekleurde, ronde deel van het regenboogvlies dat naar buiten zichtbaar is

Synoniemen

Hyperoniemen