Betekenis van:
cultuur
cultuur (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- beschaving; beschaafd zijn; beschaving v.d. mens
"de kinderen krijgen onderwijs in eigen taal en cultuur"
"de christelijke cultuur"
Synoniemen
Hyperoniemen
cultuur (de ~ | meervoud culturen)
Zelfstandig naamwoord
- kweek van bacteriën; bacteriecultuur
"een cultuur uitplaten"
Synoniemen
Hyperoniemen
cultuur (de ~ | meervoud culturen)
Zelfstandig naamwoord
- het kweken; teelt van gewassen; het telen; het kweken; teelt
"een stuk grond in cultuur brengen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
cultuur
Zelfstandig naamwoord
- stijl van een groep in een periode
Hyperoniemen
Hyponiemen
cultuur
Zelfstandig naamwoord
- het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven
Voorbeeldzinnen
- Europa heeft meer cultuur!
- Ik ben een groot bewonderaar van de Amerikaanse cultuur.
- De cultuur en de mensen waren heel interessant
- CULTUUR
- cultuur, sport en recreatie.
- Onderwijs en cultuur
- In cultuur gebrachte activa
- Cultuur-, sport- en recreatiediensten
- Cultuur, sport en recreatie
- Informatie, cultuur en communicatie
- CULTUUR EN AUDIOVISUEEL BELEID
- Hoofdstuk 26: Onderwijs en cultuur
- Cultuur, sport en recreatie [4]
- Minister van Informatie en Cultuur
- Cultuur, sport en recreatie [3]