Betekenis van:
cultuur

cultuur (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • beschaving; beschaafd zijn; beschaving v.d. mens
"de kinderen krijgen onderwijs in eigen taal en cultuur"
"de christelijke cultuur"

Synoniemen

Hyperoniemen

cultuur (de ~ | meervoud culturen)
Zelfstandig naamwoord
  • kweek van bacteriën; bacteriecultuur
"een cultuur uitplaten"

Synoniemen

Hyperoniemen

cultuur (de ~ | meervoud culturen)
Zelfstandig naamwoord
  • het kweken; teelt van gewassen; het telen; het kweken; teelt
"een stuk grond in cultuur brengen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

cultuur
Zelfstandig naamwoord
  • stijl van een groep in een periode

Hyperoniemen

Hyponiemen

cultuur
Zelfstandig naamwoord
  • het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven