Betekenis van:
kweek
kweek
Zelfstandig naamwoord
- het kweken, het gekweekte
"Hij houdt zich bezig met de kweek van cichliden."
kweek (de ~ | meervoud kweken)
Zelfstandig naamwoord
- kweek van bacteriën; bacteriecultuur
"op een kweek(je) [zetten/staan]"
"een kweekje maken"
Synoniemen
Hyperoniemen
kweek
Zelfstandig naamwoord
- / een grassoort die in de tuin een lastig uit te roeien onkruid is
kweek (de ~ | meervoud kweken)
Zelfstandig naamwoord
- het kweken; teelt van gewassen; het telen; het kweken; teelt
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Aantal kweek- en mestbedrijven
- Kweek- of mestbedrijf van bestemming
- Kweek- of mestbedrijf van bestemming
- Kweek- of mestbedrijf: overheveling naar/oogst
- Maatregelen inzake de kweek- en de mestcapaciteit
- zendingen van levende vis, bestemd voor de kweek;
- gegevens over de kweek- of mestbedrijven van bestemming.
- De FISH-test is positief als de kweek en de positieve controle dezelfde reacties vertonen.
- Beperkingen van de visserij en van de kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn
- Aquacultuurdieren bestemd voor de kweek of om in het wild te worden uitgezet
- Laat de kweek 48 uur bij 28 °C groeien op trypticasesoja-agar (Oxoid).
- Test: Gepland aantal bacteriologische tests (kweek) in het kader van officiële bemonstering
- de toepassing van de maatregelen inzake vangstcapaciteit en kweek- en mestcapaciteit;
- aquacultuurdieren bestemd voor de kweek, inclusief heruitzettingsgebieden, „put and take”-visbedrijven en open siervoorzieningen;
- deze praktijk is niet verplicht voor de kweek van tweekleppige weekdieren;