Betekenis van:
ernst

ernst (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zien
"er klonk ernst in zijn stem"
"je ernst bewaren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

ernst (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • oorzaak dan wel gevolg v.h. ernstig zijn
"het wordt ernst met"
"(het is) bittere ernst"

Hyperoniemen

Hyponiemen

ernst
Zelfstandig naamwoord
  • stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zien
"De ernst van de situatie bereikte zijn hoogtepunt."
ernst
Zelfstandig naamwoord
  • stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zien
"De ernst van de situatie bereikte zijn hoogtepunt."
ernst (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • de eigenschap van eerlijk te zijn
"in alle ernst"
"in ernst"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ernst
  2. Ernst [1]
  3. Ernst [2]
  4. Categorieën ernst
  5. Ernst van de verwonding
  6. Bepaal de ernst van de verwonding.
  7. Bepaal de ernst van de verwonding
  8. Zie tabel 3: Ernst van de verwonding
  9. de ernst van het ongeval of incident,
  10. de ernst van de potentieel schadelijke effecten;
  11. Indeling naar ernst van de procedures
  12. INDELING NAAR ERNST VAN DE PROCEDURES
  13. Tabel 3. Ernst van de verwonding
  14. identificatie van de ernst van een gevaar;
  15. Risico-inschatting: ernst en waarschijnlijkheid van gezondheidsschade/ veiligheidsverlies