Betekenis van:
hijs

hijs
Zelfstandig naamwoord
  • het hijsen
hijs
Zelfstandig naamwoord
  • hijswerktuig.
hijs
Zelfstandig naamwoord
  • de hoeveelheid die men in één keer op kan hijsen
hijs
Zelfstandig naamwoord
  • klap.
hijs
Zelfstandig naamwoord
  • zijde van een zeil waar dit gehesen wordt, voorlijk
hijs
Zelfstandig naamwoord
  • stokzijde van een vlag
hijs
Zelfstandig naamwoord
  • het kort zuigen aan een sigaret; trek aan een sigaar, pijp of sigaret

Synoniemen

Hyperoniemen

hijs
Zelfstandig naamwoord
  • harde klap; harde klap; harde klap; harde klap; harde klap; klap; opdonder; harde klap of stoot; harde klap of trap; flinke klap; hard schot; harde klap

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord