Betekenis van:
ram

Ram (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • één v.d. twaalf sterrenbeelden
"onder het teken van de ram"

Synoniemen

Hyperoniemen

ram (de ~ | meervoud rammen)
Zelfstandig naamwoord
  • mannetjesschaap
"rammen en ooien"
"hij is aan een (kwade) ram gekoppeld"

Hyperoniemen

ram
Zelfstandig naamwoord
  • een mannelijk schaap
"Je moet een ram niet verwarren met een ooi!"
ram
Zelfstandig naamwoord
  • een mannelijk schaap
"Je moet een ram niet verwarren met een ooi!"
ram (de ~ | meervoud rammen)
Zelfstandig naamwoord
  • mannetje van het konijn en van de haas
"een ram en een voedster"

Synoniemen

Hyperoniemen

ram (de ~ | meervoud rammen)
Zelfstandig naamwoord
  • grote mast om een muur, deur in te rammen
"De belegeraars beukten met een ram op de stadpoort."

Synoniemen

Hyperoniemen

Ram (de ~ | meervoud Rammen)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand geboren onder dit teken

Hyperoniemen

RAM
Zelfstandig naamwoord
  • niet-vast computergeheugen; random access memory van een computer

Synoniemen

Hyperoniemen

ram
Zelfstandig naamwoord
  • harde klap; harde klap; harde klap; harde klap; harde klap; klap; opdonder; harde klap of stoot; harde klap of trap; flinke klap; hard schot; harde klap

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Willekeurig toegankelijk geheugen (RAM)
  2. een ingebouwd „Random Access Memory” (RAM) geheugen met een opslagcapaciteit van 64 MB;
  3. De groep wagens die het contra-ram vormen, dient te worden beveiligd tegen wegrollen door middel van een handrem of remblokken.
  4. De computer moet de ACPI S3-slaaptoestand (sleep state) (suspend to RAM) ondersteunen om een beperking van het energieverbruik tot maximaal 4 watt mogelijk te maken.
  5. Voor systemen waar ACPI-normen van toepassing zijn, komt de slaapstand gewoonlijk overeen met stand ACPI System Level S3 (suspend to RAM).
  6. Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën, laatstelijk gewijzigd op 23 november 2005 (RS 916.401), en met name de artikelen 27-31 (markten, tentoonstellingen), 34-37 (handel), 73 en 74 (reiniging en ontsmetting), 142-149 (rabiës), 158-165 (tuberculose), 166-169 (scrapie), 190-195 (schapen- en geitenbrucellose), 196-199 (agalactia infectiosa), 200-203 (capriene artritis/encefalitis), 233-235 (brucellose bij de ram) en 297 (erkenning van markten, verzamelcentra, ontsmettingscentra)