Betekenis van:
historie
historie (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- het geheel van de kennis en het geregeld verhaal van hetgeen in vroeger tijd is gebeurd
"vaderlandse historie"
"de historie leert (ons/mij/hem) dat ..."
Synoniemen
Hyperoniemen
historie (de ~ | meervoud histories, historiën)
Zelfstandig naamwoord
- mondeling verslag van een reeks ware of fictieve gebeurtenissen
"volgens mij is die hele historie verzonnen"
"de historie vertelt/vermeldt"