Betekenis van:
verhaal
verhaal
Zelfstandig naamwoord
- een verslag van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis
"Heb je het verhaal over de boete die Microsoft door de EU opgelegd heeft gekregen al gelezen?"
verhaal (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- wat iem. krijgt om hem schadeloos te stellen, resp. wat men moet betalen
"verhaal halen"
"verhaal op [de schuldige partij]"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
verhaal (het ~ | meervoud verhalen)
Zelfstandig naamwoord
- mondeling verslag van een reeks ware of fictieve gebeurtenissen
"hele verhalen"
"iemands verhaal bevestigen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Hij verzon dat verhaal.
- Vertel me het verhaal.
- Was haar verhaal waar?
- Zijn verhaal klinkt raar.
- Ze verzonnen een onwaarschijnlijk verhaal.
- Ik vertrouw zijn verhaal niet.
- Zijn verhaal is vreemd, maar geloofwaardig.
- Ze wilde echt het verhaal vertellen.
- Hij vertelde mij een zielig verhaal.
- Dit is een verhaal over sterren.
- Ik heb nog nooit zo'n verhaal gehoord.
- "'Verhaal'?" vroeg de vrouw. "Wat bedoelt u?"
- Ze vertelde me een interessant verhaal.
- Gisteren heb ik een erg interessant verhaal gelezen.
- Dit verhaal is gebaseerd op zijn eigen ervaring.