Betekenis van:
keer op keer

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik heb keer op keer geprobeerd.
  2. Ik lees de brief keer op keer
  3. Je blijft keer op keer dezelfde fouten maken.
  4. Negen keer op tien raad ik juist.
  5. Hij keek haar tekst een keer door voordat ze het podium op ging.
  6. De druppel holt de steen uit, niet met geweld, maar door keer op keer te vallen
  7. Het aantal muffins dat je krijgt, zal omgekeerd evenredig zijn aan het aantal keer dat je op IRC praat.
  8. Vervolgens heeft […] op 2 april 2008 voor de tweede keer het bod op de aandelen verhoogd.
  9. De lening werd twee keer geprolongeerd en op 17 november 2003 volledig afgelost.
  10. Die contingenten worden voor de eerste keer geopend op 1 juli 2000.
  11. Aan Oostenrijk werd op 12 april 2006 voor de eerste keer om inlichtingen gevraagd.
  12. het aantal individuele bedieningsinputs (bv. minder dan 4-5 keer drukken op een knop);
  13. het aantal individuele bedieningsinputs (bv. minder dan 4-5 keer drukken op een knop);
  14. Het uitvoerend comité vergadert op convocatie van de voorzitter ten minste zes keer per jaar.
  15. Grijsschaal op het vilt na 50 keer nat te zijn geworden.