Betekenis van:
malen

malen
Werkwoord
  • tussen twee harde voorwerpen fijnwrijven
"Ik heb verse koffie gemalen."
malen
Werkwoord
  • fijnmaken met een molen
"(die het) eerst komt, (het) eerst maalt"
"koffie malen"

Synoniemen

Hyperoniemen

malen
Werkwoord
  • voortdurend met zorg vervuld zijn
"malen over ['je werk'/'de liefde'/'natuurbehoud']"

Synoniemen

Hyperoniemen

malen
Werkwoord
  • (van gedachten, denkbeelden) steeds weer opdoemen

Hyperoniemen

malen
Werkwoord
  • in de war zijn

Hyperoniemen

malen
Werkwoord
  • bijten op iets

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

maal (de/het ~ | meervoud malen)
Zelfstandig naamwoord
  • keer; moment dat iets gebeurt
"voor de zoveelste maal"
"te(n) enen male"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord