Betekenis van:
posten

posten
Werkwoord
  • wacht houden
"voor een gebouw posten"

Hyperoniemen

posten
Werkwoord
  • op de post doen
"Onderweg naar zijn werk postte hij drie brieven."
posten
Werkwoord
  • op wacht staan
"Hij postte al drie uur voor de winkel, maar er was hem nog niks verdachts opgevallen."
posten
Zelfstandig naamwoord
  • de ronde doen
"een brief/pakje posten"

Synoniemen

Hyperoniemen

post (de ~ | meervoud posten)
Zelfstandig naamwoord
  • zijkant van ramen of deuren; stijl v.e. raam of deur

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

post (de ~ | meervoud posten)
Zelfstandig naamwoord
  • onderdeel v.e. begroting
"een post voor [onvoorziene uitgaven]"
"transitorische posten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

post (de ~ | meervoud posten)
Zelfstandig naamwoord
  • plaats waar iem. op wacht gesteld is
"(ergens) post vatten"
"op je post (zijn/blijven)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen