Betekenis van:
prins
prins (de ~ | meervoud prinsen)
Zelfstandig naamwoord
- zoon v.e. vorst; dochter v.e. vorst
"prins Constantijn"
"van de prins geen kwaad weten"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
prins
Zelfstandig naamwoord
- beschermheer, erevoorzitter van een rederijkerskamer
Hyperoniemen
Hyponiemen
prins
Zelfstandig naamwoord
- vorst van een prinsdom
Hyperoniemen
Hyponiemen
prins
Zelfstandig naamwoord
- hoogste adellijke titel van een man of jongen
prins
Zelfstandig naamwoord
- laagste koninklijke titel van een man of jongen
Voorbeeldzinnen
- Prins Charles zal de volgende koning van Engeland zijn.
- De prins leerde Engels van de Amerikaanse dame.
- Prins Edwardeiland
- Prins Nikolaus von Liechtenstein
- Prins Nikolaus von Liechtenstein
- ZDH Prins Nikolaus von Liechtenstein