Betekenis van:
reet

reet
Zelfstandig naamwoord
  • een (soms opengereten) spleet
"Doordat onze kat er vaak haar klauwen aan aanscherpte, zat die oude leunstoel vol reten."
reet (de ~ | meervoud reten)
Zelfstandig naamwoord
  • lange, smalle opening; spleet als delen niet geheel aansluiten
"reten in de muur"
"door de reet van de deur"

Synoniemen

Hyperoniemen

reet
Zelfstandig naamwoord
  • kont, billen
reet
Zelfstandig naamwoord
  • achterwerk; het achterste, de billen, van mens of dier; achterwerk; het achterste, de billen, van mens of dier; bips; billen; achterste; achterwerk; billen; achterste; billen; achterwerk

Synoniemen

Hyperoniemen

reet
Werkwoord
  • enkelvoud verleden tijd van rijten

Werkwoord