Betekenis van:
fundament
fundament (het ~ | meervoud fundamenten)
Zelfstandig naamwoord
- metselwerk in de grond waarop een muur of huis gebouwd wordt
"de kelders en de fundamenten van een Romeinse tempel"
"de betonnen fundamenten van een huis"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
fundament
Zelfstandig naamwoord
- de basis waarop een huis wordt gebouwd
"Het fundament was verzakt dus kwamen er diverse scheuren in de muren."
fundament
Zelfstandig naamwoord
- de basis waarop verder gewerkt kan worden
"Het fundament is gelegd door hier de uitgangspunten van deze opdracht te bespreken."
fundament
Zelfstandig naamwoord
- achterwerk; het achterste, de billen, van mens of dier; achterwerk; het achterste, de billen, van mens of dier; bips; billen; achterste; achterwerk; billen; achterste; billen; achterwerk