Betekenis van:
basis

basis (de ~ | meervoud basissen, bases)
Zelfstandig naamwoord
  • punt vanwaar de legeroefeningen of de operaties tegen de vijand uitgaan
"een militaire basis"
"een basis voor duikoperaties"

Hyperoniemen

Hyponiemen

basis (de ~ | meervoud basissen, bases)
Zelfstandig naamwoord
  • datgene waarop iets berust
"op die basis"
"een basis voor [samenwerking]"

Synoniemen

Hyperoniemen

basis (de ~ | meervoud basissen, bases)
Zelfstandig naamwoord
  • metselwerk in de grond waarop een muur of huis gebouwd wordt
"de basis van een toren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

basis (de ~ | meervoud basissen, bases)
Zelfstandig naamwoord
  • mensen die iets of iemand steunen; achterban
"aan de basis werken"
"op brede/smalle basis"

Synoniemen

Hyperoniemen

basis (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • opgestelde spelers

Hyperoniemen

Hyponiemen

basis (de ~ | meervoud basissen, bases)
Zelfstandig naamwoord
  • wiskunde

Hyperoniemen

basis
Zelfstandig naamwoord
  • grondslag
basis
Zelfstandig naamwoord
  • militaire nederzetting
basis
Zelfstandig naamwoord
  • spelersgroep die aan een wedstrijd begint
basis
Zelfstandig naamwoord
  • grondslag
basis
Zelfstandig naamwoord
  • militaire nederzetting
basis
Zelfstandig naamwoord
  • spelersgroep die aan een wedstrijd begint