Betekenis van:
grondslag

grondslag (de ~ | meervoud grondslagen)
Zelfstandig naamwoord
  • datgene waarop iets berust
"de grondslagen leggen"

Synoniemen

Hyperoniemen

grondslag (de ~ | meervoud grondslagen)
Zelfstandig naamwoord
  • metselwerk in de grond waarop een muur of huis gebouwd wordt
"de grondslagen [tot/van/voor] iets leggen"
"op [christelijke] grondslag"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Grondslag voor de berekening
  2. Grondslag voor financiële verslaggeving
  3. Grondslag voor de beoordeling
  4. De grondslag van fysische fotometrie
  5. Vermeld de juridische grondslag van die maatregelen.
  6. aan het product ligt een schriftelijk contract ten grondslag;
  7. INTERNE STEUN: GRONDSLAG VOOR VRIJSTELLING VAN DE VERLAGINGSVERBINTENISSEN
  8. De bijdrage wordt op de grondslag van het overlevingspensioen berekend.
  9. op de grondslag van de in deze kaderregeling vastgestelde criteria:
  10. Grondslag voor het opstellen van de geconsolideerde weekstaat van het Eurosysteem
  11. Aan de samenwerking via Sirene liggen de onderstaande normen ten grondslag:
  12. Het was niet duidelijk welke veronderstellingen over de markt aan de herstructureringsmaatregelen ten grondslag lagen.
  13. Grondslag voor de berekening van de communautaire bijdrage (overheidsuitgave of totaal) (1)
  14. Totaal aantal verzekeringsjaren als werknemer of zelfstandige, als grondslag voor de berekening van het aanvullende pensioen:
  15. De Commissie is van oordeel dat deze gegevens een geloofwaardige grondslag vormden voor een investeringsbeslissing.