Betekenis van:
grondslag
grondslag (de ~ | meervoud grondslagen)
Zelfstandig naamwoord
- metselwerk in de grond waarop een muur of huis gebouwd wordt
"de grondslagen [tot/van/voor] iets leggen"
"op [christelijke] grondslag"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Grondslag voor de berekening
- Grondslag voor financiële verslaggeving
- Grondslag voor de beoordeling
- De grondslag van fysische fotometrie
- Vermeld de juridische grondslag van die maatregelen.
- aan het product ligt een schriftelijk contract ten grondslag;
- INTERNE STEUN: GRONDSLAG VOOR VRIJSTELLING VAN DE VERLAGINGSVERBINTENISSEN
- De bijdrage wordt op de grondslag van het overlevingspensioen berekend.
- op de grondslag van de in deze kaderregeling vastgestelde criteria:
- Grondslag voor het opstellen van de geconsolideerde weekstaat van het Eurosysteem
- Aan de samenwerking via Sirene liggen de onderstaande normen ten grondslag:
- Het was niet duidelijk welke veronderstellingen over de markt aan de herstructureringsmaatregelen ten grondslag lagen.
- Grondslag voor de berekening van de communautaire bijdrage (overheidsuitgave of totaal) (1)
- Totaal aantal verzekeringsjaren als werknemer of zelfstandige, als grondslag voor de berekening van het aanvullende pensioen:
- De Commissie is van oordeel dat deze gegevens een geloofwaardige grondslag vormden voor een investeringsbeslissing.