Betekenis van:
schorten

schorten
Werkwoord
  • ''~ aan'': tekortkomen, ontbreken
"Er heeft van alles aan geschort."
schorten
Werkwoord
  • ontbreken; mankeren; er niet zijn; ontbreken
"het schort iemand aan iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schort (de/het ~ | meervoud schorten)
Zelfstandig naamwoord
  • kledingstuk ter bescherming; deel v.e. kledingstuk rond het middel
"een schort voordoen"
"een schort dragen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord