Betekenis van:
snuit

snuit (de ~ | meervoud snuiten)
Zelfstandig naamwoord
  • snuit, mond, gezicht; vooruitstekend deel v.d. kop
"een spitse snuit"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

snuit (de ~ | meervoud snuiten)
Zelfstandig naamwoord
  • voorzijde van het menselijk hoofd
"een leuk snuitje"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Gemeten van snuit tot anus.
  2. Gemeten van snuit tot staartpunt.