Betekenis van:
sporen

sporen
Werkwoord
  • mbt. de trein; met de trein reizen
"sporen van een plaats naar een andere plaats"

Synoniemen

Hyperoniemen

spoor (het ~ | meervoud sporen)
Zelfstandig naamwoord
  • gebaande weg
"iemand van het spoor brengen"
"buiten het spoor treden"

Hyperoniemen

spore (de ~ | meervoud sporen)
Zelfstandig naamwoord
  • voortplantingscel; voortplantingscel bij enkele eencellige dieren en bij lagere planten

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

spoor (het ~ | meervoud sporen)
Zelfstandig naamwoord
  • rails voor treinen; weg van rails voor de trein; weg van rails voor treinen
"dood spoor"
"op dood spoor zitten"

Synoniemen

Hyperoniemen

spoor (de ~ | meervoud sporen)
Zelfstandig naamwoord
  • beugel om een rijlaars
"een paard de sporen geven"
"je sporen verdiend hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

spoor (het ~ | meervoud sporen)
Zelfstandig naamwoord
  • strook op een geluidsband
"op 2/4 sporen opnemen"

Hyperoniemen

Werkwoord