Betekenis van:
stek

stek (de ~ | meervoud stekken)
Zelfstandig naamwoord
  • afgesneden takje v.e. plant
"stekjes planten"

Synoniemen

Hyperoniemen

stek
Zelfstandig naamwoord
  • vistuig waarmee men op paling vist

Hyperoniemen

stek
Zelfstandig naamwoord
  • een afgesneden takje waaruit een nieuwe plant kan groeien
stek
Zelfstandig naamwoord
  • een voerplek voor vissen
stek
Zelfstandig naamwoord
  • een plekje
stek (de ~ | meervoud stekken)
Zelfstandig naamwoord
  • rotte plek

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord