Betekenis van:
veren

veren
Werkwoord
  • zich bewegen als door de kracht van een veer
"veren als je loopt"
"overeind veren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

veren
Werkwoord
  • schokken opvangen
"Mijn voorvork veerde op een gegeven moment niet meer, die moet dus op wat kortere termijn vervangen worden."
veren
Bijvoeglijk naamwoord
  • van veren
"een veren bed/kussen"
"een veren hoofdtooi"
veer (het ~ | meervoud veren)
Zelfstandig naamwoord
  • vaartuig dat dient om personen, voertuigen enz. over water te zetten
"het veer naar/op [Engeland]"
"het Amelander veer"

Synoniemen

Hyperoniemen

veer (de ~ | meervoud veren)
Zelfstandig naamwoord
  • elk der hoornachtige delen die het huidbekleedsel van een vogel vormen, bestaande uit een holle spoel en een massieve schacht, aan weerszijden voorzien van zgn. baarden
"een veer moeten laten"
"vroeg uit de veren zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

veer (de ~ | meervoud veren)
Zelfstandig naamwoord
  • spiraalvormig gewonden draad van veerkrachtig materiaal
"een gespannen veer"
"de veren in een matras"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord