Betekenis van:
weinig

weinig
Bijwoord
  • ongunstig

Synoniemen

weinig
Bijvoeglijk naamwoord
  • karig; weinig

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ik heb weinig geld.
  2. Weinig mensen denken zo.
  3. Ze heeft weinig vrienden.
  4. Er is weinig melk in het glas.
  5. Een maand is te weinig tijd.
  6. We hebben weinig zonnige dagen gehad deze zomer.
  7. Er is weinig kans dat zij verkozen zal worden.
  8. Te weinig is net zo erg als te veel.
  9. Er waren toen nog maar weinig wegen in Noord-Amerika.
  10. Er zijn weinig sites in het Tataars op het internet.
  11. Weinig schatten zijn zoveel waard als een vriend.
  12. Velen zijn geroepen, slechts weinig uitverkoren
  13. En zo hing Dima's vriend uit zijn kindertijd zomaar op, Dima - net als daarvoor - met 99 kopeke te weinig achterlatend.
  14. Het probleem met de wereld is niet dat mensen te weinig weten, maar dat ze zoveel weten dat niet waar is.
  15. Moet dit een krentenbol zijn? Je moet haast fietsen van de ene krent naar de andere, zo weinig zitten er in.