Betekenis van:
zeeman
zeeman (de ~ | meervoud zeemannen, zeelieden/-lui)
Zelfstandig naamwoord
- iemand die beroepsmatig vaart
"een goed zeeman wordt ook wel eens nat"
"een bevaren zeeman"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
zeeman (de ~ | meervoud zeemannen, zeelieden/-lui)
Zelfstandig naamwoord
- zeeman v.d. laagste rang; matroos; matroos; iemand die beroepsmatig vaart; matroos
"een goed zeeman wordt ook wel eens nat"
"een bevaren zeeman"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
zeeman
Zelfstandig naamwoord
- iemand die voor zijn beroep de zee bevaart
Voorbeeldzinnen
- Atomaire-absorptiespectrometrie (AAS) met Zeeman-grafietoven of hydride-AAS
- die houder is van een passend bekwaamheidsattest van zeeman (middelbare zeevaartschool); gedurende een periode van 24 maanden als zeeman aan boord van zeeschepen op zee heeft gewerkt, waarvan ten minste 12 maanden tijdens de afgelopen vijf jaar; een erkende cursus voor bevordering tot het uitvoerend niveau heeft gevolgd (7 dagen);