Betekenis van:
zolen

zolen
Werkwoord
  • het aanbrengen van een zool onder een schoen
"Deze schoen moet nog gezoold."
zool (de ~ | meervoud zolen)
Zelfstandig naamwoord
  • onderkant v.d. voet; onderkant v.d. voet

Synoniemen

Hyperoniemen

zool (de ~ | meervoud zolen)
Zelfstandig naamwoord
  • ondervlak van schoeisel
"iets op de zolen (van zijn schoenen) kunnen schrijven"
"schoeisel met rubberen/houten/leren zolen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

zool (de ~ | meervoud zolen)
Zelfstandig naamwoord
  • deel van een kous of sok dat de voetzool bedekt

Hyperoniemen

zool (de ~ | meervoud zolen)
Zelfstandig naamwoord
  • onderste deel v.e. dijk of gletsjer

Hyperoniemen

zool (de ~ | meervoud zolen)
Zelfstandig naamwoord
  • zool aan de binnenkant van een schoen
"losse zolen in [pantoffels]"

Hyperoniemen

zool (de ~ | meervoud zolen)
Zelfstandig naamwoord
  • onderzijde v.e. slak

Hyperoniemen

zool (de ~ | meervoud zolen)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk schoeisel dat bestaat uit een zool met banden

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Zolen
  2. Daarnaast hebben diverse exporteurs aangevoerd dat de STAF-omschrijving zou moeten worden verruimd tot alle schoeisel met bovendeel van leder en met zolen van ethyleenvinylacetaat (EVA) en/of met aangegoten zolen.
  3. Delen van schoeisel (daaronder begrepen bovendelen, al dan niet voorzien van zolen, andere dan buitenzolen); inlegzolen, hielkussens en dergelijke artikelen; slobkousen, beenkappen en dergelijke artikelen, alsmede delen daarvan
  4. Delen van schoeisel (daaronder begrepen bovendelen, al dan niet voorzien van zolen, andere dan buitenzolen); inlegzolen, hielkussens en dergelijke artikelen; slobkousen, beenkappen en dergelijke artikelen, alsmede delen daarvan
  5. Bovendien werd uiteengezet dat de giettechniek die voor EVA-zolen wordt toegepast, ook zou kunnen worden gebruikt voor schoeisel dat duidelijk geen STAF is.