Vertaling van überantworten

Inhoud:

Duits
Nederlands
erteilen, geben, angeben, herreichen, verabreichen, reichen, hervorbringen, erzeugen, tragen, spenden, machen, übergeben, überantworten, anvertrauen, ergeben, gewähren, gestatten {ww.}
geven 
verlenen
toekennen
toebrengen
opbrengen
aangeven 
Sie geben nichts.
Zij geven niets.
Kannst du mir ein Beispiel geben?
Kan je me een voorbeeld geven?