Vertaling van geben
wir geben
sie geben
wij kennen toe
zij kennen toe
» meer vervoegingen van toekennen
wir geben
sie geben
wij verdelen
zij verdelen
» meer vervoegingen van verdelen
wir geben
sie geben
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
wir geben
sie geben
wij geven
zij geven
» meer vervoegingen van geven
verlening
Voorbeelden in zinsverband
Geben Sie Ihr Bestes!
Doe je best.
Sie geben nichts.
Zij geven niets.
Geben Sie mir den Schlüssel.
Geeft u me de sleutel.
Geben Sie es mir bitte!
Geef het mij, alstublieft.
Geben Sie mir das Buch!
Geef mij het boek.
Nächste Woche wird es vielleicht Frost geben.
Volgende week gaat het misschien vriezen.
Kannst du mir ein Beispiel geben?
Kan je me een voorbeeld geven?
Kannst du mir etwas Geld geben?
Kan jij mij wat geld geven?
Geben Sie mir eine genaue Antwort.
Geef me een precies antwoord.
Geben Sie mir dies.
Geef hier!
Manche Träume geben einen flüchtigen Blick auf die Zukunft.
Sommige dromen zijn een glimp van de toekomst.
Man kann mit einer geballten Faust nicht die Hand geben.
Met gebalde vuist kan je iemands hand niet schudden.
Ich werde mir die größte Mühge geben zu lernen.
Ik zal mijn best doen om het te leren