Vertaling van geben

Inhoud:

Duits
Nederlands
beimessen, zuschreiben, zuteilen, übertragen, geben, zueignen, zurückführen {ww.}
toekennen
toeschrijven 
toedichten

wir geben
sie geben

wij kennen toe
zij kennen toe
» meer vervoegingen van toekennen

austeilen, verteilen, zuteilen, ausgeben, geben {ww.}
verdelen 
uitreiken
rondgeven
uitdelen 
ronddelen

wir geben
sie geben

wij verdelen
zij verdelen
» meer vervoegingen van verdelen

machen, tun, stellen, bereiten, ausführen, verrichten, erledigen, abstatten, begehen, schließen, anfertigen, herstellen, erzeugen, hervorbringen, erschaffen, unterbreiten, halten, geben, schneiden, brauen, zurechtmachen, ordnen, zubereiten, bewirken, verursachen, hervorrufen, veranlassen, erregen, anrichten, ernennen, abhalten {ww.}
doen 
maken 
uitvoeren 
uitrichten
uitbrengen
bedrijven 
aanmaken 

wir geben
sie geben

wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen

Was muss ich tun?
Wat moet ik doen?
Was willst du tun?
Wat wil je doen?
erteilen, geben, angeben, herreichen, verabreichen, reichen, hervorbringen, erzeugen, tragen, spenden, machen, übergeben, überantworten, anvertrauen, ergeben, gewähren, gestatten {ww.}
geven 
verlenen
toekennen
toebrengen
opbrengen
aangeven 

wir geben
sie geben

wij geven
zij geven
» meer vervoegingen van geven

Kühe geben Milch.
Koeien geven melk.
Sie geben nichts.
Zij geven niets.
Abgeben, Hergeben, Hingeben, Geben, Erteilung [v] (die ~), Gewährung [v] (die ~) {zn.}
verstrekking [v]
verlening [v]


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Geben Sie Ihr Bestes!

Doe je best.

Sie geben nichts.

Zij geven niets.

Geben Sie mir den Schlüssel.

Geeft u me de sleutel.

Geben Sie es mir bitte!

Geef het mij, alstublieft.

Geben Sie mir das Buch!

Geef mij het boek.

Nächste Woche wird es vielleicht Frost geben.

Volgende week gaat het misschien vriezen.

Kannst du mir ein Beispiel geben?

Kan je me een voorbeeld geven?

Kannst du mir etwas Geld geben?

Kan jij mij wat geld geven?

Geben Sie mir eine genaue Antwort.

Geef me een precies antwoord.

Geben Sie mir dies.

Geef hier!

Manche Träume geben einen flüchtigen Blick auf die Zukunft.

Sommige dromen zijn een glimp van de toekomst.

Man kann mit einer geballten Faust nicht die Hand geben.

Met gebalde vuist kan je iemands hand niet schudden.

Ich werde mir die größte Mühge geben zu lernen.

Ik zal mijn best doen om het te leren