Vertaling van Must
I must
you must
he/she/it must
ik moet
jij moet
hij/zij/het moet
» meer vervoegingen van moeten
Voorbeelden in zinsverband
A man must work.
Een mens moet werken.
You must stop smoking.
Ge moet stoppen met roken.
You must quit smoking.
Ge moet stoppen met roken.
You must start immediately.
Ge moet onmiddellijk beginnen.
You must do your best.
Ge moet uw best doen.
I must ride a bicycle.
Ik moet fietsen.
A man must be honest.
Een man moet eerlijk zijn.
You must promise me something.
Je moet me iets beloven.
We must observe the rules.
We moeten de regels volgen.
We must go to school.
Wij moeten naar school gaan.
The old must be respected.
De ouderen moeten gerespecteerd worden.
I must translate the sentences.
Ik moet de zinnen vertalen.
You must unmask the imposter.
Je moet de bedrieger ontmaskeren.
I must be seeing things.
Ik moet wel dingen zien.
We must keep the law.
We moeten de wet volgen.