Vertaling van addressing

Inhoud:

Engels
Nederlands
addressing {zn.}
adressering [v]
to handle, to treat, to deal, to address, to process, to deal with {ww.}
behandelen 
onderhandelen
Treat a decayed tooth.
Een aangetaste tand/kies behandelen.
to address {ww.}
adresseren 
to confront, to face, to abut, to address {ww.}
het hoofd bieden
to address, to accost {ww.}
aanspreken 
toespreken
aanklampen 
to lecture, to discourse, to address {ww.}
een spreekbeurt houden
een lezing houden
to treat, to address, to handle, to tackle {ww.}
behandelen 
verhandelen

Gerelateerd aan addressing

handle - treat - deal - address - process - deal with - confront - face - abut - accost - lecture - discourse - tackle