Vertaling van deal

Inhoud:

Engels
Nederlands
to deal, to distribute, to administer, to give out, to allocate {ww.}
uitdelen 
uitreiken
rondgeven
ronddelen
verdelen 

I deal
you deal
we deal

ik deel uit
jij deelt uit
wij delen uit
» meer vervoegingen van uitdelen

I'll deal out three to each.
Ik zal er aan elk drie uitdelen.
to deal, to refer {ww.}
handelen
gaan 

I deal
you deal
we deal

ik handel
jij handelt
wij handelen
» meer vervoegingen van handelen

to handle, to treat, to deal, to address, to process, to deal with {ww.}
behandelen 
onderhandelen

I deal
you deal
we deal

ik behandel
jij behandelt
wij behandelen
» meer vervoegingen van behandelen

Treat a decayed tooth.
Een aangetaste tand/kies behandelen.
distribution, deal {zn.}
uitreiking [v]
verdeling [v]
accommodation, agreement, accord, deal, pact, mutual agreement {zn.}
schikking [v]
afspraak  [v]
akkoord  [o]
verbintenis [v]

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I'll deal out three to each.

Ik zal er aan elk drie uitdelen.

There was a great deal of snow last year.

Er was veel sneeuw vorig jaar.

We all need to learn to deal with this situation.

We moeten allemaal leren omgaan met deze situatie.

His chances for making a great deal of money are excellent.

Zijn kansen om een grote hoeveelheid geld te verdienen zijn uitstekend.

The methods used to overcome stress are different for men and women: drinking is the major method used by men, while women deal with stress by chatting.

De gebruikte methoden om stress te verwerken zijn verschillend van man tot vrouw: mannen zoeken hun toevlucht hoofdzakelijk in alcohol, terwijl vrouwen hun stress verwerken door te chatten.