Vertaling van give out

Inhoud:

Engels
Nederlands
to give, to accord, to administer, to grant, to impart, to provide, to confer, to allow, to yield, to spare, to afford {ww.}
geven 
aangeven 
opbrengen
toebrengen
toekennen
verlenen

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to deal, to distribute, to administer, to give out, to allocate {ww.}
uitdelen 
verdelen 
uitreiken
rondgeven
ronddelen
I'll deal out three to each.
Ik zal er aan elk drie uitdelen.
to donate, to give, to grant, to present {ww.}
cadeau geven
schenken 

I give
you give
we give

ik schenk
jij schenkt
wij schenken
» meer vervoegingen van schenken

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
aanreiken
aangeven
toesteken

I give
you give
we give

ik reik aan
jij reikt aan
wij reiken aan
» meer vervoegingen van aanreiken

to give, to have, to hold, to make, to throw {ww.}
voeren
houden

I give
you give
we give

ik voer
jij voert
wij voeren
» meer vervoegingen van voeren

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
opbrengen
afdragen

I give
you give
we give

ik breng op
jij brengt op
wij brengen op
» meer vervoegingen van opbrengen

to give, to sacrifice {ww.}
opofferen
offeren

I give
you give
we give

ik offer op
jij offert op
wij offeren op
» meer vervoegingen van opofferen

to give {ww.}
opgeven

I give
you give
we give

ik geef op
jij geeft op
wij geven op
» meer vervoegingen van opgeven

to give {ww.}
geven

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
overleveren

I give
you give
we give

ik lever over
jij levert over
wij leveren over
» meer vervoegingen van overleveren

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
doorgeven

I give
you give
we give

ik geef door
jij geeft door
wij geven door
» meer vervoegingen van doorgeven

to break, to break down, to conk out, to die, to fail, to give out, to give way, to go, to go bad {ww.}
uitfloepen
to distribute, to give out, to hand out, to pass out {ww.}
weggeven
vergeven
verschenken
to break, to break down, to conk out, to die, to fail, to give out, to give way, to go, to go bad {ww.}
afspringen
afslaan
to break, to break down, to conk out, to die, to fail, to give out, to give way, to go, to go bad {ww.}
weigeren
to gift, to give, to present {ww.}
gunnen

I give
you give
we give

ik gun
jij gunt
wij gunnen
» meer vervoegingen van gunnen

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
bekleden

I give
you give
we give

ik bekleed
jij bekleedt
wij bekleden
» meer vervoegingen van bekleden

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
geven
opleveren

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
wijden

I give
you give
we give

ik wijd
jij wijdt
wij wijden
» meer vervoegingen van wijden

to break, to cave in, to collapse, to fall in, to founder, to give, to give way {ww.}
meegeven

I give
you give
we give

ik geef mee
jij geeft mee
wij geven mee
» meer vervoegingen van meegeven

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
geven
inzetten

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to feed, to give {ww.}
spijzen
spijzigen
voeden

I give
you give
we give

ik spijs
jij spijst
wij spijzen
» meer vervoegingen van spijzen

to ease up, to give, to give way, to move over, to yield {ww.}
doorschuiven

I give
you give
we give

ik schuif door
jij schuift door
wij schuiven door
» meer vervoegingen van doorschuiven

to break, to cave in, to collapse, to fall in, to founder, to give, to give way {ww.}
verteren
vergaan

I give
you give
we give

ik verteer
jij verteert
wij verteren
» meer vervoegingen van verteren

to gift, to give, to present {ww.}
geven
schenken

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
toevertrouwen
aanbevelen
bevelen

I give
you give
we give

ik vertrouw toe
jij vertrouwt toe
wij vertrouwen toe
» meer vervoegingen van toevertrouwen

to ease up, to give, to give way, to move over, to yield {ww.}
inschikken
opschikken
verschikken
opschuiven

I give
you give
we give

ik schik in
jij schikt in
wij schikken in
» meer vervoegingen van inschikken

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
wijden

I give
you give
we give

ik wijd
jij wijdt
wij wijden
» meer vervoegingen van wijden

to feed, to give {ww.}
voeren
voederen

I give
you give
we give

ik voer
jij voert
wij voeren
» meer vervoegingen van voeren

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
contribueren
bijdragen

I give
you give
we give

ik contribueer
jij contribueert
wij contribueren
» meer vervoegingen van contribueren

to generate, to give, to render, to return, to yield {ww.}
geven

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
meehelpen

I give
you give
we give

ik help mee
jij helpt mee
wij helpen mee
» meer vervoegingen van meehelpen

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
inbrengen

I give
you give
we give

ik breng in
jij brengt in
wij brengen in
» meer vervoegingen van inbrengen

to break, to cave in, to collapse, to fall in, to founder, to give, to give way {ww.}
afkalven

they give
he/she/it will give
they will give

zij kalven af
hij/zij/het zal afkalven
zij zult afkalven
» meer vervoegingen van afkalven


Gerelateerd aan give out

give - accord - administer - grant - impart - provide - confer - allow - yield - spare - afford - deal - distribute - allocate - donategive - pay - abandon - announce - cater - cease - go out - gift - allow - instal - commit - furnish - work - change - exert - shove - disintegrate - pass on - force - displace - feed - facilitate - chip in - crumble